• Sitemap
  • Nieuwsbrief
  • Home

Rekenen op niveau 3F

In het werkschrift "rekenen op niveau 3F" worden vier domeinen behandeld. In de onderwerpen van de domeinen wordt het rekenwerk aan de hand van voorbeelden toegelicht. De onderwerpen beginnen met sommen op het rekenniveau 2F. Het maken van de "kale" sommen en de opgaven is een voorbereiding op het centraal landelijk rekenexamen voor het rekenniveau 3F.  Het werkschrift is bestemd voor MBO-deelnemers die via een niveau-3 opleiding een niveau-4 opleiding volgen. Ook is het werkschrift in het VWO te gebruiken.

Het werkschrift ‘rekenen op niveau 3F’ is geschikt voor individueel werken. Voordat de leerling begint, kan hij/zij het beste een “rekentest” doen op de webbased omgeving van iRON. Deze rekentest geeft aan wat de individuele ‘rekenbehoefte’. De deelnemer bepaalt, in overleg met zijn/haar rekencoach, met welk onderwerp uit een domein hij/zij aan de slag gaat. Als de deelnemer voor de "domeinrekentraining’ regelmatig een score haalt van 90% is hij/zij goed voorbereid op het centraal landelijk examen "rekenen 3F".
De rekentrainingen kunnen per domein en per thema op het niveau 2F en 3F gemaakt worden.


DOMEIN GETALLEN
In het domein getallen gaat de leerling, na een aantal sommen over de standaardbewerkingen, uitgebreid in op rekenvaardigheden, die hij/zij nodig heeft om opgaven uit de andere drie domeinen te kunnen maken. Zo gaat hij/zij rekenen met machten, met wortels en met negatieve getallen. Ook leert hij/zij uitkomsten te schatten en te controleren. De onderwerpen die in dit domein aan de orde komen, behoren tot het basisrekenwerk, dat de leerling eigenlijk al zou moeten beheersen. Maar herhalen kan nooit kwaad.
Voor de rekentraining is dit domein verdeeld in de volgende drie subdomeinen:

  • aan de slag met getallen
  • cijferen
  • machten en wortels


DOMEIN HOUDINGEN
In het domein verhoudingen  gaat de leerling eerst op "herhaling". Dat doe hij  door sommen te maken met procenten, promille en breuken. De leerling zal wel merken dat deze iets moeilijker zijn dan dat hij/zij gewend is. Dat betekent dat de leerling voor het oplossen van de opgaven meerdere berekeningen moet maken. Dat is ook van toepassing bij het rekenen met verdeelsleutels. In het onderdeel “rente” wordt rente over rente berekend.
In dit domein is er ook aandacht voor het bereke-nen van het gewogen gemiddelde en het interpoleren van grootheden. Het domein eindigt met opgaven over het consumentenprijsindexcijfer, het cao-loonindexcijfer en het reële loonindexcijfer.
Voor de rekentraining is dit domein verdeeld in de volgende zes subdomeinen:

  • procenten
  • breuken
  • rente
  • gewogen gemiddelde
  • verdeelsleutels
  • diverse verhoudingen


DOMEIN METEN EN MEETKUNDE
In het domein meten en meetkunde moet de leerling sommen maken over gewichten en maten. Allemaal zaken waarmee hij/zij dagelijks als burger in aanraking komt. Gedacht moet dan worden aan het lezen van stadsplattegronden, het herkennen van figuren en het lezen van bouwtekeningen. Ook worden er berekeningen aan de hand van een schaalverdeling gemaakt.
Voor de rekentraining is dit domein verdeeld in de volgende twee subdomeinen:

  • maten
  • meten in de praktijk


DOMEIN VERBANDEN
In het domein verbanden gaat de leerling eenvoudige grafieken tekenen en tabellen maken. Vervolgens moet hij/zij aan de hand van de informatie uit deze grafieken en tabellen conclusies trekken en berekeningen maken.
De leerling zal versteld staan van het aanbod waarin de informatie in het dagelijks leven gepresenteerd wordt.
In dit domein gaat de leerling ook uitgebreid oefenen met substitueren ofwel het vervangen van letters door getallen.
Voor de rekentraining is dit domein verdeeld in de volgende twee subdomeinen:

  • formules en substitueren
  • grafieken en tabellen