• Sitemap
  • Nieuwsbrief
  • Home

Onderwijsvisie

Centraal in “ondernemendleren” staat het competent handelen van een beginnend beroepsbeoefenaar in verschillende situaties tijdens het werken in de winkel.
Dat werken bestaat altijd uit meerdere handelingen. Als de handelingen een logische volgorde met een begin en einde hebben, dan spreken we van een werkproces. Een werkproces moet altijd tot een resultaat leiden.

Het resultaat kan zijn:

  • een tevreden klant,
  • een behaalde omzet,
  • een opleidingsplan voor het winkelpersoneel.

De kwaliteit van een werkproces wordt beïnvloed door de  “taakuitvoering” en het “werkgedrag” van de beginnend beroepsbeoefenaar.
De kwaliteit van de taakuitvoering is afhankelijk van de (vak)kennis en de vaardigheden van de beginnend beroepsbeoefenaar.
Het werkgedrag heeft te maken met motivatie en persoonlijkheid.
Anders gezegd: kennis, vaardigheden, persoonlijkheid en motivatie bepalen het uiteindelijke resultaat.
Het zijn deze vier elementen die samen een competentie vormen.

Als het resultaat dus niet goed is, dan kan de oorzaak hiervan zijn:

  • te weinig kennis,
  • tekort aan vaardigheden,
  • te weinig motivatie,
  • een niet passende persoonlijkheid.

Een ROC-deelnemer moet altijd bij zichzelf nagaan of het behaalde resultaat niet beter had kunnen zijn.
Dit doet hij door regelmatig in de spiegel te kijken. Een moeilijk woord hiervoor is reflecteren.
Reflecteren zorgt ervoor dat hij er achter komt, waaraan hij moet werken.
We hebben het dan over de taakuitvoering en/of het werkgedrag. Ofwel hoofd en handen aan de ene kant en hart aan de andere kant.